ECLI:NL:CRVB:2020:1618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening UWV-besluit op grond van vermeende nieuwe medische feiten
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, werd in 2006 door het UWV geschikt bevonden voor werk en werd zijn ziektewetuitkering beëindigd. Appellant stelde later dat hij mogelijk al in 2006 psychotische klachten had die niet waren onderkend, ondersteund door een psychiatrisch rapport uit 2017.
Het UWV wees het verzoek tot herziening af omdat de nieuwe medische informatie geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormde die tot een andere beoordeling van de belastbaarheid konden leiden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond wegens het ontbreken van nieuwe relevante informatie.
In hoger beroep stelde appellant dat de nieuwe medische rapporten wel degelijk als nieuw feit moesten worden aangemerkt en dat het UWV ten onrechte het verzoek niet ontvankelijk had verklaard. De Raad oordeelde dat de beoordeling van belastbaarheid zich richt op stoornissen ongeacht de diagnose en dat het gegeven dat klachten later anders benoemd worden, geen nieuw feit oplevert.
De Raad bevestigde dat het UWV het verzoek terecht heeft afgewezen en dat het bestreden besluit niet evident onredelijk is. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot herziening van het UWV-besluit uit 2006 wordt afgewezen.