ECLI:NL:CRVB:2020:1621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.G. Hink
- M.F. Wagner
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende inzicht financiële situatie en schending inlichtingenplicht
Appellanten vroegen opnieuw bijstand aan na intrekking van hun eerdere bijstand vanwege exploitatie van hennepplantages op het uitkeringsadres. Het dagelijks bestuur weigerde de aanvraag omdat appellanten geen objectief en verifieerbaar bewijs leverden over de herkomst van contante betalingen en kasstortingen, en onvoldoende duidelijkheid gaven over de wijze van betaling van dagelijkse kosten.
Appellanten overhandigden verklaringen van familieleden over leningen en steun, maar deze werden niet als voldoende bewijs geaccepteerd omdat ze niet objectief en verifieerbaar waren onderbouwd. Ook de stelling dat zij geen kennis hadden van de hennepplantages werd niet inhoudelijk beoordeeld omdat de schending van de inlichtingenplicht al voldoende was voor afwijzing.
De Raad benadrukte dat de aanvrager de feiten en omstandigheden aannemelijk moet maken en volledige openheid moet geven. Het dagelijks bestuur heeft het recht om gegevens te vragen over de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraagdatum. Het niet voldoen aan deze verplichtingen leidt tot afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank had de afwijzing bevestigd en de Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel bekrachtigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie en schending van de inlichtingenplicht.