ECLI:NL:CRVB:2020:1670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant was werkzaam als onderhoudsmonteur en meldde zich ziek met rugklachten. Het UWV kende hem aanvankelijk een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze later na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. Appellant kreeg geen recht op een WIA-uitkering en werd geacht geschikt te zijn voor andere functies.
Na een nieuwe ziekmelding met toegenomen rugklachten weigerde het UWV ziekengeld toe te kennen, wat appellant betwistte. Zowel de primaire arts als de verzekeringsarts bezwaar en beroep verrichtten zorgvuldig medisch onderzoek en concludeerden dat appellant geschikt was voor arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en verwierp zijn stelling dat aanvullende medische informatie had moeten worden ingewonnen.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, onder meer vanwege een MRI-scan en geplande afspraken bij specialisten. De Raad oordeelde echter dat het medisch onderzoek voldoende was en dat er geen aanleiding was tot het opvragen van extra informatie. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en wijst het hoger beroep af.