ECLI:NL:CRVB:2020:1681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoeken ZW- en WAO-uitkering en verrekening nabetaling
Appellant heeft meerdere verzoeken ingediend tot herziening van zijn Ziektewet- en WAO-uitkeringen en vorderde betaling van een bedrag van €1.935,41 dat het UWV volgens hem ten onrechte verrekend heeft met een nabetaling. De Raad oordeelt dat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd die herziening rechtvaardigen.
De rechtbanken hadden de eerdere besluiten van het UWV terecht bevestigd, waarbij werd overwogen dat de verzoeken niet voldoen aan de criteria van artikel 4:6 Awb Pro. De Raad benadrukt dat de ZW-uitkering en de WAO-loondervingsuitkering zijn beëindigd en geen duuraanspraak vormen. De WAO-vervolguitkering is wel een duuraanspraak, maar de betwiste dagloonberekening is daarvoor niet relevant.
Verder bevestigt de Raad dat het UWV bevoegd was om de teveel betaalde toeslag te verrekenen met de nabetaling en dat appellant niet tekort is gedaan. Het verzoek om vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de totale duur van de procedures binnen vier jaar bleef.
De Raad wijst de hoger beroepen af en bevestigt de aangevallen uitspraken, waarmee het verzoek om vergoeding van schade eveneens wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herzieningsverzoeken en verklaart dat het UWV terecht het bedrag van €1.935,41 heeft verrekend met de nabetaling.