ECLI:NL:CRVB:2020:1737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, werkzaam als schoonmaker, meldde zich ziek met rug- en nekklachten na een bedrijfsongeval. Het UWV weigerde een WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht, gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij alle klachten en medische informatie van behandelaars waren betrokken. De beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) werden als adequaat gemotiveerd beschouwd en de arbeidsdeskundige vond de geselecteerde functies geschikt.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat zijn beperkingen werden onderschat en dat er sprake was van wapenongelijkheid. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de FML-beperkingen passend waren en dat er geen reden was een deskundige te benoemen. Ook was er geen sprake van strijd met artikel 6 EVRM Pro. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en appellant geschikt is voor de geselecteerde functies.