ECLI:NL:CRVB:2020:1743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-verzekering AOW over periode 1974-1981 op grond van artikel 17-overeenkomst met Duitsland
Appellant verzocht om aanpassing van zijn pensioenoverzicht omdat hij meende dat hij in de periode van 1 januari 1974 tot en met 31 juli 1981 onterecht als niet verzekerd voor de AOW was aangemerkt. Hij stelde dat premies volksverzekeringen over die jaren waren ingehouden en dat hij aanspraak maakte op AOW-opbouw of terugbetaling van premies.
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) en de rechtbank oordeelden dat op grond van de artikel 17-overeenkomst tussen Nederland en Duitsland, die regelt welk land bevoegd is voor sociale verzekeringen, appellant in genoemde periode uitsluitend onder de Duitse socialezekerheidswetgeving viel. Dit werd bevestigd door correspondentie uit 1982 van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Deutsche Rentenversicherung. Hierdoor was appellant niet verzekerd voor de AOW in die periode.
Appellant kon vanaf medio 1982 op de hoogte zijn van zijn verzekeringspositie en had toen actie kunnen ondernemen tegen eventuele onterechte premie-inhoudingen. De rechtbank en de Raad stelden vast dat het feit dat mogelijk ten onrechte premies zijn ingehouden, niet leidt tot verplichte verzekering voor de AOW. Terugvordering van premies dient via de Belastingdienst te geschieden, niet via de Svb.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellant niet verzekerd was voor de AOW in de periode 1974-1981 wordt bevestigd.