ECLI:NL:CRVB:2020:1751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsvermogen en verlaging Wajong-uitkering ondanks ME/CVS-klachten
Appellante, geboren in 1986, kreeg sinds 2004 een Wajong-uitkering wegens chronische vermoeidheidsklachten met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na invoering van de Wajong 2015 beoordeelde het UWV haar arbeidsvermogen opnieuw en stelde vast dat zij arbeidsvermogen heeft, wat leidde tot verlaging van haar uitkering per 1 januari 2018.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en volgde het deskundigenrapport van Stammers, die concludeerde dat appellante ten minste een uur aaneengesloten kan werken, vier uur per dag belastbaar is en basale werknemersvaardigheden bezit. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het rapport tegenstrijdig is en dat Stammers niet onafhankelijk zou zijn, mede vanwege een eerdere advisering door A-REA.
De Raad oordeelde dat het rapport zorgvuldig en consistent is gemotiveerd en dat de deskundige onafhankelijk is. De Raad volgde het oordeel dat appellante geschikt is voor licht, gestructureerd werk zoals post behandelen of scannen. Het algemene advies van de Gezondheidsraad over ME/CVS is onvoldoende om meer beperkingen aan te nemen.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en het besluit tot verlaging van de Wajong-uitkering naar 70% van het minimumloon. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de Wajong-uitkering naar 70% van het minimumloon bevestigd.