ECLI:NL:CRVB:2020:1803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vrijlating arbeidsinkomsten bij bijstand wegens te late melding
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en gaf bijlessen waarvoor hij inkomsten ontving via een persoonsgebonden budget. Hij meldde deze inkomsten echter niet tijdig aan het college van burgemeester en wethouders van Dongen. Het college besloot daarom de inkomsten niet vrij te laten, omdat achteraf vrijlaten niet bijdraagt aan arbeidsinschakeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij pas in juni 2016 zekerheid had over de inkomsten en deze toen onverwijld had gemeld. De Raad oordeelde dat appellant al in april 2016 bijlessen gaf en dus onverwijld had moeten melden. De vaste gedragslijn van het college om achteraf vrijlaten niet toe te passen, gaat volgens de Raad niet te buiten aan een redelijke wetsuitleg.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering tot vrijlating van inkomsten wordt bevestigd.