ECLI:NL:CRVB:2020:1804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor medicijnkosten minderjarige zoon wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van medicijnen voor haar minderjarige zoon, waaronder Concerta, Melatonine, Klyx Klysma en Acetylcysteïne Bruis (Fluimucil). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvragen af omdat de Zorgverzekeringswet als een passende voorziening geldt en er geen sprake was van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Participatiewet.
De rechtbank Rotterdam bevestigde dit besluit in zowel de tussenuitspraak als de einduitspraak. Appellante stelde in hoger beroep dat er wel sprake was van zeer dringende redenen die bijzondere bijstand rechtvaardigen, onder meer omdat zij financieel niet in staat zou zijn een uitgebreidere aanvullende verzekering af te sluiten en omdat het niet gebruiken van Acetylcysteïne Bruis tot een acute noodsituatie zou leiden.
De Raad oordeelde dat de situatie geen acute noodzaak betrof die levensbedreigend is of blijvend ernstig letsel tot gevolg kan hebben. Tevens werd vastgesteld dat Klyx Klysma wordt vergoed binnen de bestaande verzekering en dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen uitgebreidere aanvullende verzekering kan betalen. De belastingteruggave voor medische kosten in 2016 versterkte dit oordeel.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken werden bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor medicijnkosten wordt bevestigd wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.