ECLI:NL:CRVB:2011:BU9021
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens aanwezigheid hennepkwekerij in woning appellant
Appellant ontving sinds mei 2008 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In februari 2009 trof de politie in zijn woning een hennepkwekerij aan. Na onderzoek besloot het College de bijstand over de periode mei 2008 tot februari 2009 in te trekken en de kosten terug te vorderen, omdat appellant inkomsten uit de hennepteelt zou hebben genoten en dit niet had gemeld.
Appellant voerde aan dat de kwekerij niet van hem was maar van een derde, [M.], en dat hij slechts een kamer aan haar verhuurde. De Raad oordeelde dat appellant niet met objectieve en verifieerbare gegevens had aangetoond dat hij niet mede-eigenaar was van de kwekerij. Zijn verklaringen waren tegenstrijdig en er was geen schriftelijke huurovereenkomst. Ook was appellant tekortgeschoten in zijn inlichtingenplicht jegens het College.
De Raad concludeerde dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld door het ontbreken van betrouwbare gegevens over de inkomsten. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de terugvordering worden bevestigd wegens aanwezigheid van een hennepkwekerij en schending van de inlichtingenplicht.