ECLI:NL:CRVB:2020:1811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldige toetsing medische beperkingen
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na psychische klachten en een conflict op het werk, maar het UWV heeft haar aanvraag afgewezen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij volledig arbeidsongeschikt is en dat het UWV haar beperkingen heeft onderschat, onder meer vanwege concentratieproblemen en stress door deadlines. Zij verzocht ook om benoeming van een onafhankelijke deskundige, wat werd afgewezen omdat er geen sprake was van een ongelijke procespositie en voldoende medische informatie aanwezig was.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld. De geselecteerde functies zijn medisch passend en er is geen aanleiding om aan de juistheid van de beperkingen te twijfelen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.