ECLI:NL:CRVB:2020:1817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep AOW
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) betreffende de toepassing van Nederlandse sociale zekerheidswetgeving en afgifte van A1-verklaringen over de periode van 1 december 2011 tot en met 31 augustus 2014. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard. Tijdens de zitting trok appellant het hoger beroep in en verzocht gelijktijdig om proceskostenvergoeding van de Svb.
De Raad beoordeelde of aan de voorwaarden van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was voldaan, die bepalen dat proceskosten kunnen worden toegewezen indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroep. Hoewel de Svb aangaf mee te willen werken aan een verzoek om regularisatie, achtte de Raad dit geen tegemoetkoming met betrekking tot het bestreden besluit.
Daarom concludeerde de Raad dat niet aan de wettelijke voorwaarden was voldaan om de Svb te veroordelen in de proceskosten. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door A. van Gijzen, in aanwezigheid van griffier F. Boon, op 11 augustus 2020.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep wordt afgewezen.