ECLI:NL:RBNNE:2019:3397
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- J. Boerlage-van den Bosch
- C.H. de Groot
- R. Herregodts
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid Nederlandse socialezekerheidswetgeving op Rijnvarende
Eiser was van december 2011 tot augustus 2014 werkzaam aan boord van een binnenvaartschip met een Rijnvaartverklaring, geëxploiteerd door een Nederlandse vennootschap. Verweerder stelde op grond van de Rijnvarendenovereenkomst vast dat de Nederlandse socialezekerheidswetgeving op eiser van toepassing is en gaf een A1-verklaring af. Eiser betwistte dit en stelde dat Luxemburgse wetgeving van toepassing zou zijn en dat de voorgeschreven procedure niet was gevolgd.
De rechtbank oordeelt dat de Rijnvarendenovereenkomst, die uitzonderingen bevat op de algemene aanwijsregels van Verordening 883/2004, bindend is tussen Nederland en Luxemburg. De procedure uit artikel 16 van Pro Verordening 987/2009 is niet van toepassing. Het persoonlijk belang van eiser, zoals dubbele premiebetaling in Luxemburg, is niet relevant voor de toepasselijkheid van de wetgeving. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de A1-verklaring ambtshalve door verweerder kan worden afgegeven.
Verder is het beleid van verweerder om een verzoek tot het sluiten van een regularisatieovereenkomst aan te houden tijdens lopende procedures niet onredelijk. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de termijn van twee jaar niet is overschreden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.