Uitspraak
18.3735 ZW
OVERWEGINGEN
10 september 2017 onverminderd recht houdt op zijn ZW-uitkering, maar dat deze uitkering met ingang van 11 september 2017 zal worden beëindigd.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als keukenmedewerker en meldde zich ziek met fysieke klachten. Het UWV stelde na een eerstejaars ZW-beoordeling vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de ZW-uitkering. Appellant maakte bezwaar en het UWV stelde de uitkering tijdelijk voort, maar besloot deze later alsnog te beëindigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat hij na een dotterbehandeling meer tijd nodig had om te herstellen, maar kon dit onvoldoende onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. Er was geen reden om te twijfelen aan de medische beoordeling en de arbeidsdeskundige selectie van functies was passend. Appellant voldeed niet aan de criteria voor het ontbreken van duurzame benutbare mogelijkheden. De Raad zag geen aanleiding een onafhankelijke deskundige in te schakelen en bevestigde de beëindiging van de ZW-uitkering per 11 september 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 11 september 2017.