ECLI:NL:CRVB:2020:1866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant was werkzaam als verkoopmedewerker en meldde zich ziek met psychische klachten. Het Uwv stelde na een eerstejaars Ziektewetbeoordeling vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de Ziektewetuitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen passend waren bij de psychische problematiek.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de ernst van zijn psychische klachten onvoldoende was onderkend en dat hij geen benutbare mogelijkheden had. Hij overwoog aanvullend medisch bewijs, waaronder rapporten van GZ-psychologen. Het Uwv handhaafde het standpunt dat de medische beoordeling juist was.
De Raad volgde de rechtbank en het Uwv, oordeelde dat het medisch onderzoek volledig en zorgvuldig was en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. De rapporten van de door appellant ingeschakelde psychologen boden onvoldoende aanknopingspunten voor aanvullende beperkingen. Ook werd geoordeeld dat het vervoersprobleem met een voorziening kan worden opgelost.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de beëindiging van de Ziektewetuitkering. Er werd geen aanleiding gezien voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige en geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering na een zorgvuldig medisch onderzoek.