Uitspraak
19.198 WIA
6 december 2018, 18/1442 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante was volledig arbeidsongeschikt en ontving een WGA-uitkering. Het UWV stelde bij herbeoordeling vast dat haar arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was, omdat er nog behandelmogelijkheden waren met een redelijke kans op herstel. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en het beginsel van equality of arms niet was geschonden.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het rapport van de medisch deskundige van Psyon niet betrouwbaar was vanwege de frequente opdrachten van het UWV en dat haar psychische en lichamelijke klachten onvoldoende waren onderzocht. De Centrale Raad van Beroep verwierp deze argumenten en stelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en adequaat was uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts een concrete en deugdelijke inschatting maakte van de herstelkansen.
De Raad concludeerde dat er geen sprake was van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid op de datum van 20 maart 2017, mede omdat psychotherapie en medicatie nog kans op verbetering boden. Ook de lichamelijke klachten waren niet overtuigend onderbouwd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de IVA-uitkering bevestigd wegens ontbreken van duurzame arbeidsongeschiktheid.