ECLI:NL:CRVB:2020:1905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij toepassing kostendelersnorm
Appellant ontvangt sinds oktober 2015 een AOW-pensioen en vanaf juli 2016 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) op grond van de Participatiewet. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft de AIO-aanvulling per 1 januari 2017 ingetrokken vanwege toepassing van de kostendelersnorm, omdat appellant samenwoont met drie personen van 21 jaar of ouder op hetzelfde adres.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij een commerciële relatie heeft met een van de medebewoners, X, waardoor X niet als kostendelende medebewoner zou moeten worden aangemerkt. De Raad stelt echter vast dat appellant geen belang heeft bij deze beoordeling, omdat zijn inkomen hoger is dan de norm die geldt bij toepassing van de kostendelersnorm met drie medebewoners.
De Centrale Raad van Beroep verwijst naar vaste rechtspraak dat alleen een feitelijk belang voldoende is voor ontvankelijkheid, niet een louter principieel belang. Omdat appellant ook bij een succesvolle beroepsgrond geen recht meer heeft op AIO-aanvulling, wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 augustus 2020, waarbij partijen niet zijn verschenen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van voldoende procesbelang.