ECLI:NL:CRVB:2020:1908
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep op toegenomen arbeidsongeschiktheid op grond van WAO
Appellant, voormalig assistent buitenruimte, ontving vanaf 1998 een WAO-uitkering wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid, welke in 2002 werd beëindigd omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. In 2016 meldde appellant een verslechtering van zijn gezondheid en vroeg hernieuwde toekenning van de uitkering op grond van toegenomen arbeidsongeschiktheid.
Het UWV voerde medisch onderzoek uit en wees de aanvraag af wegens onvoldoende objectieve medische gegevens om een hogere mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen. Appellant maakte bezwaar en stelde dat het UWV de bewijslast onterecht bij hem legde en dat een deskundige had moeten worden ingeschakeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht en dat het risico van het ontbreken van medische gegevens door tijdsverloop voor rekening van appellant komt. Er is geen aanleiding om het UWV onzorgvuldig handelen te verwijten of een deskundige te benoemen. Het verzoek om vergoeding van schade wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van schade afgewezen.