Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende een aanvraag in voor een WAO- en WIA-uitkering, die door het UWV werd afgewezen wegens het ontbreken van verzekering op de gestelde datum van arbeidsongeschiktheid en vanwege een laattijdige aanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, waarna het UWV een nieuw besluit nam na verzekeringsgeneeskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn gronden, waaronder kritiek op de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag door het UWV. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij alle medische informatie en klachten waren betrokken. De verzekeringsarts stelde arbitrair de eerste arbeidsongeschiktheidsdag vast op 1 januari 2004, omdat eerdere medische gegevens ontbraken en appellant pas na een lange periode een aanvraag had ingediend.
De Raad onderschreef het oordeel dat het UWV geen andere belangen dan de regelgeving had betrokken en dat appellant op de vastgestelde datum niet verzekerd was. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De uitspraak werd gedaan door Ch. van Voorst, in aanwezigheid van griffier W. de Braal.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO- en WIA-uitkering wegens niet-verzekering en laattijdige aanvraag.