ECLI:NL:CRVB:2020:192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij afwijzing Wlz-zorgaanvraag na overlijden
Betrokkene diende op 27 februari 2017 een aanvraag in voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), welke door het CIZ op 15 mei 2017 werd afgewezen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd op 7 november 2017 ongegrond verklaard. Betrokkene overleed op 10 april 2019, waarna zijn erfgenamen het hoger beroep voortzetten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden en het medisch advies zorgvuldig was opgesteld. In hoger beroep stelden appellanten dat de hoorplicht wel was geschonden en dat het bestreden besluit relevant is voor de toekenning en terugvordering van een persoonsgebonden budget (pgb).
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het procesbelang ontbreekt omdat het beoogde resultaat, het verkrijgen van zorg, door het overlijden niet meer kan worden bereikt. De enkele, algemene verklaring van appellanten over het belang van het pgb volstaat niet om procesbelang aan te nemen. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na overlijden betrokkene.