ECLI:NL:CRVB:2020:1932
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling en passende functies
Appellant, voormalig medewerker dakmontage, meldde zich ziek met rug- en knieklachten en ontving een ZW-uitkering. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige selecteerde geschikte functies waarmee appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen zou kunnen verdienen. Het Uwv beëindigde daarom de ZW-uitkering.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, stellende dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de functies zijn belastbaarheid overschreden. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend waren. De Raad volgt deze conclusies en benadrukt dat appellant geen nieuwe medische stukken heeft ingediend ter onderbouwing van zijn stellingen.
De Raad bevestigt dat de ZW-uitkering terecht is beëindigd per 14 december 2017 omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen met de geduide functies. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De ZW-uitkering van appellant is terecht beëindigd omdat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen met passende functies.