ECLI:NL:CRVB:2020:1935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen herziening studiefinanciering en bestuurlijke boete wegens niet-feitelijke bewoning
Appellant was ingeschreven op een adres en ontving studiefinanciering op basis van de norm voor uitwonende studenten. Na onderzoek door controleurs stelde de minister vast dat appellant feitelijk thuiswonend was en herzag de studiefinanciering met terugwerkende kracht. Tevens werd een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet voldoen aan de voorwaarde van feitelijke bewoning.
Appellant maakte bezwaar tegen beide besluiten, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelde dat appellant geen verschoonbare reden had voor het te laat indienen van het bezwaar, ondanks zijn persoonlijke omstandigheden en psychische problemen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de situatie met zijn broer en moeder hem verhinderde tijdig bezwaar te maken en dat het inschakelen van een derde niet mogelijk was zonder inlogcodes. De Raad concludeerde dat deze argumenten onvoldoende waren, dat bezwaar ook zonder inlogcodes mogelijk was en dat de medische rapporten onvoldoende onderbouwing boden voor het niet tijdig indienen.
De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt bevestigd.