ECLI:NL:CRVB:2020:2086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag studiefinanciering wegens onvoldoende bewijs bewoning brp-adres
Appellant was ingeschreven op een brp-adres en ontving studiefinanciering volgens de norm voor uitwonenden. De minister herzag dit besluit omdat appellant niet op het brp-adres woonde en kende studiefinanciering toe volgens de thuiswonende norm. Appellant vroeg opnieuw studiefinanciering voor uitwonenden aan, maar kon onvoldoende bewijs leveren van feitelijke bewoning van het brp-adres.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de overgelegde verklaringen en bewijsstukken onvoldoende concreet waren om feitelijke bewoning aan te tonen. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de minister bij een nieuwe aanvraag bewijs mag verlangen dat de studerende daadwerkelijk op het brp-adres woont. Het aangeleverde bewijs, waaronder foto’s, poststukken en verklaringen van familie en buren, was onvoldoende overtuigend.
De Raad wijst erop dat voor een studerende die daadwerkelijk op het adres woont het leveren van bewijs doorgaans geen onoverkomelijk probleem is. De Raad concludeert dat het hoger beroep faalt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag studiefinanciering voor uitwonenden wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van bewoning van het brp-adres.