ECLI:NL:CRVB:2015:4960
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen bij AWBZ-pgb
Het Zorgkantoor kende betrokkene een persoonsgebonden budget (pgb) toe voor begeleiding over de periode oktober 2011 tot juni 2012. Vervolgens werd het pgb vastgesteld en teruggevorderd wegens onrechtmatigheden. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deed dit na afloop van de wettelijke termijn.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege de psychische stoornis van betrokkene en diens onvermogen om hulp te vragen, mede ondersteund door een brief van de behandelend psychiater. De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat het Zorgkantoor een nieuwe beslissing moest nemen.
De Centrale Raad van Beroep kwam echter tot een ander oordeel. Zij stelde dat betrokkene weliswaar beperkingen had, maar in staat was een zorgverlener in te schakelen en dat het op zijn weg lag om voorzieningen te treffen voor de afhandeling van zijn post. Ook vond de Raad geen reden waarom de broer van betrokkene niet eerder bezwaar had gemaakt toen hij op de hoogte was van de situatie.
Daarom verklaarde de Raad het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen en de termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.