Uitspraak
18.5595 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade in de vorm van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 2011 ziek gemeld en ontving vanaf 2013 een loongerelateerde WGA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid in 2017 stelde het UWV op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot 38,56%, en later zelfs onder de 35%, waardoor haar WIA-uitkering werd beëindigd per 6 november 2017.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de arbeidsdeskundige voldoende had gemotiveerd waarom de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep stelde appellante dat de arbeidskundige motivering onvoldoende was, met name voor de functies wikkelaar, samensteller elektronische apparatuur en besteller post/pakketten. De Raad oordeelde dat de arbeidsdeskundige de beperkingen en belastingen adequaat had gemotiveerd, waarbij hogere frequentie van reiken werd gecompenseerd door kortere afstand en de belastbaarheid niet werd overschreden.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt bevestigd.