ECLI:NL:CRVB:2020:200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante was sinds 1 april 2015 ziek gemeld met psychische en lichamelijke klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling werd de uitkering voortgezet, maar bij een toetsing in het tweede ziektejaar oordeelde het UWV dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering per 22 oktober 2016.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, waarbij een verzekeringsarts een gewijzigde Functionele Mogelijkhedenlijst opstelde en een arbeidsdeskundige concludeerde dat de geselecteerde functies binnen haar belastbaarheid vielen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de arbeidskundige grondslag deugdelijk.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar haar klachten en dat zij de geselecteerde functies niet kon vervullen, mede vanwege taalproblemen. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist en zorgvuldig waren, dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat de taalvaardigheid voldoende was voor de functies.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit en deugdelijk medisch en arbeidskundig onderzoek.