ECLI:NL:CRVB:2020:2027
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige beoordeling belastbaarheid
Appellante was werkzaam als inpakmedewerker en meldde zich ziek met knieklachten. Na afloop van haar WW-uitkering kreeg zij een Ziektewetuitkering, die het UWV beëindigde omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren ingeschat.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stelling dat zij volledig arbeidsongeschikt is, onderbouwd met informatie van een bedrijfsarts uit 2019 en haar ervaringen met uitval bij werkhervatting. De Raad volgt het UWV en de rechtbank in dat deze informatie geen aanleiding geeft tot een ander oordeel. De beoordeling richt zich op geschiktheid voor passende functies, niet het eigen werk, en de stellingen van appellante vormen geen objectief bewijs.
De Raad concludeert dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch passend zijn en dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.