ECLI:NL:CRVB:2021:2263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV is afgewezen op grond van het oordeel dat zij arbeidsvermogen bezit. De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft dit besluit bevestigd na beoordeling van medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij is vastgesteld dat appellante ten minste één uur aaneengesloten kan werken en vier uur per dag belastbaar is.
In hoger beroep heeft appellante haar standpunt herhaald dat zij niet over arbeidsvermogen beschikt, verwijzend naar haar diagnoses en behandelingen. De Centrale Raad van Beroep heeft echter geoordeeld dat de onderzoeken van het UWV zorgvuldig zijn geweest en dat de rechtbank terecht de conclusies van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige heeft gevolgd.
De Raad verwijst naar de wettelijke criteria voor arbeidsvermogen en bevestigt dat appellante voldoet aan de voorwaarden om als arbeidsbekwaam te worden beschouwd. Er zijn geen nieuwe medische gegevens overgelegd die tot een ander oordeel leiden. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante arbeidsvermogen bezit en wijst het hoger beroep af.