ECLI:NL:CRVB:2020:2047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over belastbaarheid en recht op ziekengeld na eerstejaars Ziektewetbeoordeling
Appellante was productiemedewerkster en meldde zich ziek met klachten aan haar linkerschouder en arm. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe, maar stelde na een eerstejaars beoordeling vast dat zij vanaf 26 februari 2017 meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de belastbaarheid juist was vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan, waaronder klachten en medicatie, maar leverde geen nieuwe medische informatie die relevant was voor de datum in geschil.
De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de ingediende stukken geen aanleiding geven tot het aannemen van meer beperkingen. Ook de arbeidskundige beoordeling en de geschiktheid voor de functies werden bevestigd.
De stelling dat appellante de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en geen machines mag bedienen, werd niet gevolgd. De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.