ECLI:NL:CRVB:2020:2073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek en geen schending equality of arms
Appellant, voormalig medewerker tuinbouw, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een ZW-uitkering aan. Het UWV stelde na een medisch onderzoek vast dat appellant geschikt was voor zijn werk en weigerde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de verzekeringsarts de ernst van de klachten anders inschatte dan de behandelaar.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er sprake was van een schending van het equality of arms-beginsel omdat hij geen onafhankelijke deskundige kon inschakelen vanwege financiële beperkingen. Hij verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te dienen en dat de aangeleverde informatie van behandelaars geschikt was om twijfel te zaaien over de beoordeling van het UWV.
De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was om de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te betwijfelen. Er was geen schending van het equality of arms-beginsel en geen reden om een deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beslissing van het UWV om geen ZW-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.