ECLI:NL:CRVB:2020:2079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante, met juveniele myoclonische epilepsie, ontving sinds februari 2017 een Ziektewetuitkering vanwege zwangerschapsgerelateerde en andere klachten. Na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts van het UWV in augustus 2018 werd vastgesteld dat zij niet langer arbeidsongeschikt was voor haar werk als schoonmaakster. Het UWV beëindigde daarop het ziekengeld per 31 augustus 2018.
Appellante maakte bezwaar, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen waren dat de beperkingen van appellante ernstiger waren dan vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en verzocht om benoeming van een deskundige vanwege financiële beperkingen.
De Raad volgde de rechtbank in haar oordeel dat het onderzoek zorgvuldig was, dat appellante geen stukken overlegd ter onderbouwing van haar financiële belemmeringen, en dat er geen medische informatie ontbrak. De Raad concludeerde dat appellante voldoende zelfstandig was en dat haar klachten geen belemmering vormden voor het verrichten van haar werkzaamheden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van het ziekengeld van appellante.