ECLI:NL:CRVB:2020:2080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na medische beoordeling geschiktheid administratief medewerker
Appellante was werkzaam als verzorgende IG en meldde zich ziek met zwangerschapsgerelateerde bekkenklachten. Na diverse ziekteperiodes en een WIA-beoordeling werd zij per 27 maart 2018 door het UWV geacht geschikt voor de functie van administratief medewerker afhandelingen, waarna haar Ziektewet-uitkering werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen het besluit van het UWV gegrond vanwege een wijziging in de beëindigingsdatum van het ziekengeld, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en appellante geschikt werd geacht voor de functie.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar fysieke en psychische belastbaarheid onvoldoende was beoordeeld en dat er onterecht geen urenbeperking was vastgesteld. De Raad oordeelde dat deze argumenten grotendeels herhalingen waren van eerdere bezwaren en bevestigde het oordeel van de rechtbank. De medische beoordeling was zorgvuldig en er was geen reden om de geschiktheid voor de functie te betwijfelen.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de beëindiging van de Ziektewet-uitkering stand hield.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering omdat appellante geschikt is voor de functie van administratief medewerker afhandelingen.