Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2020:213

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 januari 2020
Publicatiedatum
30 januari 2020
Zaaknummer
18/1739 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten in hoger beroep tegen Sociale Verzekeringsbank

De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Tijdens het proces werd het hoger beroep door de Svb ingetrokken. Betrokkene verzocht daarop de Raad om de Svb te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De Raad overwoog dat er aanleiding was om de Svb te veroordelen tot vergoeding van de kosten voor het indienen van een verweerschrift. Omdat er één zitting was voor de behandeling van beide hoger beroepen tegen dezelfde uitspraak, werd het bijwonen van de zitting slechts één keer als proceshandeling meegeteld, conform het arrest van de Hoge Raad van 13 april 2018.

De totale kosten voor verleende rechtsbijstand werden vastgesteld op €525. De Centrale Raad van Beroep veroordeelde de Svb tot betaling van dit bedrag aan betrokkene. De uitspraak werd gedaan door A. van Gijzen op 30 januari 2020.

Uitkomst: De Sociale Verzekeringsbank is veroordeeld tot betaling van €525 aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

18.1739 AOW

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 februari 2018, 16/5352 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
Datum uitspraak: 30 januari 2020
PROCESVERLOOP
De Svb heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Namens betrokkene heeft mr. M.J. van Dam, advocaat, een verweerschrift ingezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 november 2019. Voor de Svb zijn verschenen mr. A. van der Weerd, mr. A.P. van den Berg, mr. M.M.T. Wickenhagen en
mr. A. Marijnissen. Namens betrokkene is mr. Van Dam verschenen.
Bij brief van 23 oktober 2019 heeft de Svb het hoger beroep ingetrokken.
Betrokkene heeft de Raad verzocht de Svb te veroordelen in de proceskosten.

OVERWEGINGEN

Tussen partijen is in geschil of betrokkene recht heeft op vergoeding van de proceskosten in het hoger beroep van de Svb, nu in het door betrokkene ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak eveneens een proceskostenveroordeling zal plaatsvinden.
Naar het oordeel van de Raad bestaat er aanleiding de Svb te veroordelen tot het vergoeden van de proceskosten, te weten voor het indienen van een verweerschrift. Nu er één onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden met het oog op de behandeling van beide hoger beroepen tegen dezelfde uitspraak van een rechtbank, is er geen grond om het bijwonen van een zitting twee maal als te vergoeden proceshandeling in aanmerking te nemen. De Raad verwijst hierbij naar het arrest van de Hoge Raad van 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:567. Het bijwonen van de zitting is reeds in de uitspraak op het hoger beroep van betrokkene (18/1784 AOW) als proceshandeling meegeteld, zodat de totale kosten voor verleende rechtsbijstand worden vastgesteld op € 525,-.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt de Svb in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 525,-.
Deze uitspraak is gedaan door A. van Gijzen, in tegenwoordigheid van E.D. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2020.
(getekend) A. van Gijzen
(getekend) E.D. de Jong