ECLI:NL:CRVB:2020:2153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verminderde boete wegens administratieve nalatigheid bij studiefinanciering door schrijnende privésituatie
Appellante stond ingeschreven op een BRP-adres waar zij feitelijk niet woonde, wat leidde tot een herziening van haar studiefinanciering en een boete van €1.248,45. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep met het argument dat haar nalatigheid het gevolg was van een onveilige privésituatie en dat zij te goeder trouw handelde.
De Raad oordeelde dat appellante niet moedwillig de regels had overtreden, maar dat er sprake was van administratieve nalatigheid. Gezien de schrijnende situatie waarbij zij als minderjarige bij haar oma was komen wonen vanwege onveilige omstandigheden thuis, en het feit dat de gebruikelijke adreswijziging niet had plaatsgevonden, was de verwijtbaarheid zeer gering.
Daarom werd de boete aanzienlijk verlaagd naar €100,-. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het besluit van de minister aangepast.
Uitkomst: De boete wegens niet-wonen op het BRP-adres wordt verlaagd naar €100,- vanwege geringe verwijtbaarheid door een schrijnende privésituatie.