ECLI:NL:CRVB:2020:2182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening van WAO-uitkeringsbesluit
Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1 augustus 2019, waarin het beroep tegen het besluit van het UWV om zijn aanvraag voor een WAO-uitkering buiten behandeling te stellen, werd afgewezen.
De Raad heeft overwogen dat herziening alleen mogelijk is op grond van feiten en omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn bij verzoeker, en die bij bekendheid tot een andere uitspraak zouden hebben geleid.
Verzoeker stelde dat hij in Nederland had gewerkt en arbeidsongeschikt was geworden, maar heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die aan de wettelijke criteria voldoen.
Het UWV heeft geen opmerkingen gemaakt. De Raad concludeert dat het verzoek niet aan de voorwaarden voldoet en wijst het af. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAO-uitkeringsuitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.