ECLI:NL:CRVB:2020:2200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag persoonsgebonden budget voor snellere scootmobiel wegens ontbreken gerechtvaardigde verwachtingen
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Haarlem om een maatwerkvoorziening in de vorm van een snellere scootmobiel via een persoonsgebonden budget (pgb). Het college wees dit verzoek af omdat de huidige scootmobiel adequaat was en er geen bestemmingen waren die appellant niet kon bereiken. Het college bood aan de huidige scootmobiel om te zetten in een pgb van maximaal € 2.239,80.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, met name omdat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagde. Appellant stelde in hoger beroep dat op grond van een proces-verbaal van een zitting in 2016 een aanbod voor een pgb van € 2.886,- was gedaan, waardoor gerechtvaardigde verwachtingen waren gewekt dat dit bedrag zou worden verstrekt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het college een toezegging had gedaan waarop een beroep kon worden gedaan. De uitlatingen in 2016 waren onderdeel van een mislukte schikkingspoging en boden geen garantie voor toekomstige verstrekking. Daarom kon appellant niet redelijkerwijs afleiden dat het college na een melding in 2018 een pgb van € 2.886,- zou verstrekken.
Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen en was er geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van het persoonsgebonden budget bevestigd.