ECLI:NL:CRVB:2020:2230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing beëindiging Ziektewetuitkering na toetsing belastbaarheid
Appellant was ziek gemeld sinds februari 2017 en ontving een Ziektewetuitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beëindigde deze uitkering per juni 2018 na een toetsing waarbij werd vastgesteld dat appellant meer dan 65% van zijn maatmanloon kon verdienen op basis van een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en geselecteerde passende functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek niet zorgvuldig was, dat hij meer beperkingen had, en dat de geselecteerde functies te zwaar waren.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het medisch onderzoek en de arbeidskundige beoordeling voldoende zorgvuldig en juist waren. De aanvullende medische stukken van appellant gaven geen wezenlijk ander beeld. Het verslag van de chiropractor kon niet de gewenste waarde krijgen en er waren onvoldoende aanwijzingen voor een frozen shoulder op de datum in geding.
De geselecteerde functies bleken passend binnen de vastgestelde belastbaarheid. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.