ECLI:NL:CRVB:2020:2247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij schorsing WIA-uitkering
Appellante ontving een loongerelateerde WIA-uitkering die in 2018 werd geschorst vanwege het niet naleven van afspraken over het verstrekken van informatie na een fraudemelding. Het UWV schortte de uitkering op omdat niet kon worden vastgesteld of zij nog recht had op de uitkering. Appellante maakte bezwaar en verstrekte later alsnog informatie, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard.
Vervolgens stelde appellante beroep in tegen de schorsing, maar het UWV maakte bekend dat de schorsing per 22 oktober 2018 was opgeheven en dat zij een nabetaling met rente had ontvangen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat appellante met het beroep niets meer kon bereiken dan met de opheffing van de schorsing al was bereikt.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel procesbelang had, met name vanwege de gemaakte kosten voor rechtsbijstand. De Centrale Raad van Beroep volgde echter de rechtbank en oordeelde dat het beroep niet ontvankelijk is omdat het resultaat van het beroep niet meer kan worden bereikt. Ook is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, aangezien appellante zelf te laat informatie heeft verstrekt en het beroep pas na opheffing van de schorsing is ingesteld.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarmee het geschil definitief is beslecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.