ECLI:NL:CRVB:2020:2262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €131,- binnen de gestelde termijnen. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet tijdig voldaan.
Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het griffierecht verschuldigd voor het in behandeling nemen van het hoger beroep. De Raad concludeert dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. D.S. de Vries, in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.