Uitspraak
18.5664 PW
3 oktober 2018, 18/185 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
BESLISSING
R.B.E. van Nimwegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
22 september 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante maakte bezwaar tegen de terugvordering van bijstand over de periode 1 juni 2015 tot en met 4 februari 2016, waarbij het college van burgemeester en wethouders van Almere een bedrag van €11.797,82 terugvorderde. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante geen dringende redenen aannemelijk had gemaakt die onaanvaardbare financiële of sociale gevolgen zouden veroorzaken.
In hoger beroep voerde appellante opnieuw aan dat er dringende redenen bestonden om van terugvordering af te zien, onder meer vanwege haar grote schuldenlast, het onder bewind staan en het gebrek aan perspectief. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze omstandigheden niet voldoende waren om af te wijken van de verplichte terugvordering. De beslagvrije voet beschermt appellante en er is geen ruimte voor een belangenafweging.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door A.M. Overbeeke op 22 september 2020.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af wegens ontbreken van dringende redenen.