ECLI:NL:CRVB:2020:2278
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging Ziektewet- en WIA-uitkering na bezwaar en beroep
Appellant maakte bezwaar tegen de beëindiging van zijn Ziektewet-uitkering per 2 januari 2018 en de weigering van een WIA-uitkering per 15 februari 2018. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bracht appellant geen nieuwe medische gegevens of gronden aan.
De Raad overwoog dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te dienen, maar hiervan geen gebruik heeft gemaakt. Er is geen aanwijzing dat appellant belemmerd werd in het onderbouwen van zijn standpunt dat het UWV zijn beperkingen onderschatte. De Raad ziet geen reden om een deskundige in te schakelen, mede gelet op het ontbreken van twijfel aan het medisch oordeel van de verzekeringsartsen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bekrachtigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing is genomen door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 september 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewet- en WIA-uitkering wordt bevestigd.