ECLI:NL:CRVB:2020:2284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens voldoende belastbaarheid ondanks fibromyalgie en psychische klachten
Appellante, voormalig algemeen medewerkster, meldde zich ziek met pijnklachten aan haar gewrichten en kreeg een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde na onderzoek dat zij met beperkingen nog meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische beperkingen voldoende waren vastgesteld en geen objectiveerbare oorzaak voor zwaardere beperkingen was aangetoond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar fibromyalgie en psychische klachten haar belastbaarheid onderschatten en dat zij niet in staat was om de geselecteerde functies te verrichten.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bekend was met de diagnose en klachten, maar geen evidente afwijkingen of psychische stoornissen had vastgesteld die zwaardere beperkingen rechtvaardigen. De medische gegevens over de datum in geding ontbraken en de toekenning van een latere ZW-uitkering was gebaseerd op een toename van klachten na die datum.
De arbeidsdeskundige had overtuigend gemotiveerd dat de belasting van de functies de belastbaarheid van appellante niet overschreed. De Raad bevestigde daarom de beëindiging van de ZW-uitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ZW-uitkering terecht is beëindigd omdat appellante voldoende belastbaar is.