ECLI:NL:CRVB:2020:2307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en herziening bijstand wegens kostendelersnorm en onjuiste urenopgave
Appellant ontving bijstand sinds 2015 en was ingeschreven op het adres van zijn ouders tot oktober 2016, waarna hij zich inschreef op een ander adres waar hij ook huur betaalde. De gemeente Groningen stelde een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand na een interne melding over teruglopende inkomsten.
Het college herzag de bijstand over bepaalde periodes en trok de bijstand in over een deel van de periode vanwege onjuiste en onvolledige opgave van gewerkte uren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij zijn hoofdverblijf had op het nieuwe adres en dat hij niet alle uren had opgegeven omdat hij ook sociale bezoeken bracht aan zijn werkgever. De Raad oordeelde dat het hoofdverblijf feitelijk bij zijn ouders was vanwege het ontbreken van een daadwerkelijke wooninrichting op het nieuwe adres en dat de waarnemingen van aanwezigheid buiten opgegeven uren terecht waren.
De Raad concludeerde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld en dat dringende redenen voor terugvordering niet waren aangetoond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en herziening van de bijstand bevestigd.