ECLI:NL:CRVB:2020:2310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van aanvragen om bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid over woon- en leefsituatie
Appellant diende op 3 maart 2017 en 9 mei 2017 twee aanvragen om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer. Na onderzoek en huisbezoeken concludeerde het college dat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn woon- en leefsituatie, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Beide aanvragen werden daarom afgewezen.
De rechtbank Noord-Holland vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand omdat appellant onvoldoende informatie had verstrekt. In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel voldoende duidelijkheid had gegeven, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij op het opgegeven adres zijn hoofdverblijf had.
Onder meer verklaringen van een buurvrouw, bankafschriften en bevindingen bij huisbezoeken wezen erop dat appellant feitelijk elders verbleef en niet in de opgegeven woning woonde. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de aanvragen om bijstand en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De aanvragen om bijstand worden afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de woon- en leefsituatie van appellant.