ECLI:NL:CRVB:2020:2315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bijzondere bijstand voor meerkosten chronische ziekte
Appellante, lijdend aan MCTD en het Syndroom van Raynaud, verzocht bijzondere bijstand voor diverse meerkosten als gevolg van haar ziekte. Het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard kende alleen bijzondere bijstand toe voor reiskosten naar medisch specialisten en enkele andere kosten, terwijl andere aanvragen werden afgewezen met verwijzing naar voorliggende voorzieningen zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat gemeenten beleidsvrijheid hebben bij het bieden van ondersteuning op maat en dat de Zvw een passende voorliggende voorziening is voor medische hulpmiddelen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel, oordeelde dat het college voldoende gemotiveerd had gehandeld en dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd voor de noodzaak van overige kosten.
Hoewel de Raad erkende dat de Zvw niet als voorliggende voorziening geldt voor voedingssupplementen, faalde appellante in het aantonen van daadwerkelijke kosten hiervoor. De Raad verwierp ook de stelling dat het beleid leidt tot ongelijkheid of schending van het gelijkheidsbeginsel, en benadrukte dat het Europese Sociaal Handvest niet bindend is in deze context.
Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.