ECLI:NL:CRVB:2014:3221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Zorgverzekeringswet is geen voorliggende voorziening voor dieetkosten in bijzondere bijstand
Appellante, met de diagnose coeliakie en aangewezen op een glutenvrij dieet, vroeg bijzondere bijstand aan voor dieetkosten die niet volledig door haar aanvullende ziektekostenverzekering werden vergoed. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees de aanvraag af met het argument dat de kosten via de Zorgverzekeringswet (Zvw) als voorliggende voorziening toereikend zouden zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de Zvw geen vergoeding biedt voor dieetkosten zoals het glutenvrije dieet van appellante, en dat de afwijzing daarom onterecht was. De Raad baseerde zich op vaste rechtspraak en de inhoud van de Zvw en het Besluit zorgverzekering.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met de draagkracht van appellante en de resterende kosten na vergoeding uit de aanvullende verzekering en belastingaftrek. De zaak wordt verwezen naar een bestuurlijke lus voor een juiste beoordeling van het recht op bijzondere bijstand.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van bijzondere bijstand voor dieetkosten wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.