ECLI:NL:CRVB:2020:2325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij bijstandsverlening zonder bijzondere omstandigheden
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand, die in 2013 werd beëindigd. Na ontruiming van hun woning in 2016 vroegen zij bijstand aan op basis van de Participatiewet, met ingang van 2013, en verklaarden dakloos te zijn. Het college kende bijstand toe vanaf de datum van aanvraag met toepassing van de kostendelersnorm, omdat appellanten op het uitkeringsadres kostendelende medebewoners hadden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij eerder aanvragen hadden ingediend zonder reactie en dat zij feitelijk niet in de woning maar in een schuur verbleven. De Raad oordeelde dat appellanten onvoldoende bewijs leverden voor eerdere aanvragen en dat de verklaring tijdens het onaangekondigde huisbezoek, waarin zij verklaarden in de woning te verblijven, rechtsgeldig is.
Verder stelde appellanten dat het bijstandsbedrag onjuist was, maar de Raad bevestigde dat sprake was van een typefout en dat het correcte bedrag werd uitgekeerd. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toepassing van de kostendelersnorm vanaf de datum van aanvraag wordt bevestigd.