ECLI:NL:CRVB:2020:2362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening en schadevergoeding in zaak bijstandsverlening zelfstandigen
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 24 oktober 2017 waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Het geschil betrof een aanvraag om bijstand op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004), die door het college was afgewezen. De zaak was beëindigd met een vaststellingsovereenkomst die het procesbelang van verzoeker wegnam.
De Raad overwoog dat het verzoek om herziening alleen kan worden toegewezen indien nieuwe feiten of omstandigheden, die voorheen niet bekend waren en tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden, worden aangevoerd. De aangevoerde rapporten en documenten dateren van vóór de uitspraak en kunnen daarom niet als nieuwe feiten gelden. Ook de brief van het college van 22 september 2017, die een verzoek tot vaststelling van definitieve bijstand bevatte, werd niet als nieuw feit aangemerkt omdat deze automatisch was verzonden en geen vervolg kreeg.
Verder stelde verzoeker dat hij onder druk de vaststellingsovereenkomst had ondertekend, maar dit werd niet met concrete stukken onderbouwd en de Raad achtte de overeenkomst rechtsgeldig. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het niet binnen de toepasselijke wettelijke grondslag valt. De Raad wees daarom zowel het verzoek om herziening als het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: Het verzoek om herziening en het verzoek tot schadevergoeding worden afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten en vervallen procesbelang.