ECLI:NL:CRVB:2017:3644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep inzake afwijzing Bbz-aanvraag wegens ontbreken procesbelang
Appellant diende een aanvraag in voor bijstand op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) voor financiering van nieuwe bedrijfsactiviteiten. Het college wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan de inkomenseis en het niet kunnen aanmerken als oudere zelfstandige. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat het college een nieuw besluit moest nemen. Het college wees de aanvraag opnieuw af in het nader besluit.
Vervolgens sloten partijen een vaststellingsovereenkomst waarin zij het conflict over de Bbz-aanvraag en aanverwante procedures beëindigden. Appellant accepteerde een minnelijke regeling en trok alle lopende procedures in. Hierdoor verviel het procesbelang van appellant bij het hoger beroep.
Appellant voerde aan onder druk te zijn gezet bij het sluiten van de overeenkomst, maar dit werd niet onderbouwd en faalde mede omdat hij destijds aanspraak had op een andere uitkering. De Raad concludeerde dat appellant geen belang meer had bij het hoger beroep en verklaarde het niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door een vaststellingsovereenkomst.