ECLI:NL:CRVB:2020:2402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen uitkeringsspecificaties wegens termijnoverschrijding en niet-tot-stand-komst
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en maakte bezwaar tegen uitkeringsspecificaties over de jaren 2014 tot en met 2017, stellende dat zij te weinig bijstand ontving door onjuiste betaling van haar werkgever.
Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn voor de periode april 2015 tot en met november 2016 en wegens het feit dat de uitkeringsspecificaties over december 2016 tot en met februari 2017 nog niet tot stand waren gekomen bij indiening van het bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing niet leidt tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding omdat appellante niet had gesteld dat dit de reden was voor te late indiening. Tevens kon appellante niet redelijkerwijs menen dat de uitkeringsspecificaties over de latere periode al bestonden, omdat zij pas na het bezwaar aanvullende gegevens aanleverde.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de uitkeringsspecificaties is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het feit dat sommige specificaties nog niet tot stand waren gekomen.